dinsdag, september 21, 2021

Na regen komt zonneschijn!

Een groot gedeelte van de nacht was er hevig onweer, a thunderstorm around. Er is veel regen gevallen in de hele regio. Deze morgen rijden we naar Nakekela. De potholes, soms grote ronde en diepe gaten in het asfalt van het wegdek, zijn nu veel moeilijker te zien. Ze maken nu deel uit van grote waterplassen. Als je met een gangetje door zo’n pothole rijdt dan kost je dat, in het beste geval, een lekke band. Het laatste stukje zandpad naar Nakekela wordt langzamerhand een modderpad. Ik zet Doetsje af vlak voor de ingang van de kliniek. Kan ze in ieder geval met redelijk schone schoenen naar binnen lopen. Dan parkeer ik de auto onder een boom op het zandpad. Dat doe ik elke keer, maar dan tegen de zon en de hitte. Nu omdat dit zo’n beetje de enige nog droge plek is. En het wordt nog erger nadat  een aantal auto’s al zigzaggend over het pad rijden. Want dat is het verschil. Ik rij gewoon rechtuit door de waterplassen, want diep zijn ze niet, maar de lokale bestuurders rijden om de plassen heen en maken van de droge gedeelten ook een modderpoel. Maar, de mensen  hier zijn zuinig op hun auto, die mag niet vies worden, ze rijden nog langzamer dan stapvoets.

MCDC

Het bakkie van het eerste uur

Ik stap uit de auto en loop door een ander hek het terrein van Nakekela op. Daar blijf ik wat rondzwalken, wachtend op Sam en Bhebi met wie ik ga werken. Dat duurt nog even, want die komen tegen acht uur. Ik zie de oude 4×4 Nissan staan op het terrein, het bakkie. Het teken van MCDC staat er nog op. De letters staan voor Mukanyo Christian Development Community. MCDC was de organisatie die aan de wieg stond van het ontstaan van Nakekela en waar onze dochter Froukje Johanna in 2007 haar stage liep. De organisatie was een nauw verbonden met de  theologische opleiding Mukanyo die hier in de omgeving staat. Veel van de zendelingpredikanten van Mamelodi en Soshanguve hebben hier hun opleiding gevolgd. Elders op de site van de Verre Naasten las ik dat de organisatie MCDC inmiddels is opgeheven.

Er komt een oudere man aan aanlopen die ik al vaker voorbij heb zien gaan. Hij loopt waggelend en zwaait met zijn armen alle kanten op, praat verward en schreeuwt hier en daar wat naar toe zonder duidelijk adres. Volgens Sam is hij psychisch in de war en gebruikt hij marihuana. Als hij mij nadert roept hij al van verre in een voor mij onverstaanbare taal. Ik zeg hem goede morgen in het Engels en tot mijn verbazing doet hij hetzelfde. Ik probeer met hem in gesprek te komen maar hij geeft geen reactie. Ik probeer het later nog wel eens. Ik denk niet dat hij drugs gebruik, het is gewoon een aardige kerel.

Ik loop verder een rondje op het terrein. Ik hoor stemmen vanuit de kliniek. Vanwege de warmte staan de ramen altijd open en je kunt duidelijk de stemmen horen. De overdracht van de nachtdienst naar de dagdienst is bezig denk ik. Ik hoor ineens Doetsje haar kenmerkende lach. Ze heeft het erg naar de zin, dat hoor ik zo.

Ik kom bij het hek aan de achterzijde van het terrein en kijk uit op het schoolplein van de primary school, de basisschool. Er is nog geen kind te bekennen. Het is een grote school met honderden leerlingen, denk ik. Er is een verhard schoolplein. Gisteren voetbalden veel kinderen op het grote onverharde gedeelte. Nu is dat één grote waterplas. Eigenlijk zou het een nacht moeten vriezen, dan zouden de kinderen hier ook kunnen schaatsen. Maar dat zal niet gebeuren.  Nog even dan komen ze in grote groepen en groepjes aanlopen. De school begint om half acht.

Ik loop alvast naar de voorkant van het terrein van de kliniek, achter de omheining. Er loopt een meisje langs met de iPhone in haar handen die ze voor zich houdt. Er komt een geluid uit wat mij als muziek in de oren klinkt. Het is een gospel nummer wat ik ook vaak beluisterd heb, een nummer van het Soweto Gospel Choir.

Dan zie ik ineens dat ik op een cementen plaat sta van ongeveer 4 bij 5 meter. Er zitten veel scheuren in en iets van een soort luik. Ineens besef ik dat ik op de septic-put van Nakekela sta. Zou de plaat het houden? Is het wel gewapend beton? Vast wel…, maar ik stap er toch maar vanaf.

Goodmorning, sir

Vrolijkheid onderweg

Ik ga bij het toegangshek staan en wacht. Na enkele minuten zie ik de eerste kinderen komen. Zij moeten zich nu een weg zien te vinden langs de waterplassen en de droge plekken opzoeken. Dit is niet waar de automobilisten rekening mee houden als zij zich een weg langs de waterplassen opeisen. Maar de kinderen zijn vriendelijk. Ze zien er vrolijk uit met allemaal dezelfde kleren aan, in uniform, donker met licht blauw. De grotere kinderen hebben de kleintjes bij de hand. Verreweg de meesten zien mijn kant op. De meesten wuiven naar me en zeggen me: “Goodmorning sir, how are you?”, “I’m fine, thank you!”. Dit herhaalt zich steeds weer. Blijkbaar raak ik de aandacht even kwijt en ben ik in gedachten.  Ik zie Anna voor me, onze jongste kleindochtertje. Als we eind april weer thuiskomen, is ze bijna twee keer zo oud als toen we weggingen. Ik denk aan Lena, onze lieve kleine meid met het Downsyndroom. Het gaat heel goed met haar. Zou ze kunnen lopen als we thuis zijn? Ik denk aan de anderen… Ik heb geen heimwee hoor! Maar missen doe ik ze wel. Dan, ineens staat er een meisje van een jaar of negen voor mij: “Goodmorning sir, are you fine sir?” Ik schrik een beetje en bedeesd antwoord ik: “Yes, yes, I’m fine, thank you. Have a nice day”. Ik schiet vol en loop een eindje bij het hek vandaan. En dan besef ik dat er eens Iemand was die zei: “Wie niet wordt als één van deze kinderen kan Mij niet volgen”. Dat merk ik steeds weer, de kinderen zijn zo attent, zo vriendelijk en respectvol.  In tegenovergestelde richting komt nu ook een stoet op gang. Dat zijn de oudere kinderen die naar de highschool (middelbare school) gaan. Die staat een paar honderd meter net de andere kant op, uit zicht van Nakekela.

Dan komt Sam aanfietsen. Hoe is het mogelijk! De velgen van de fiets zelfs nog schoon. Het lijkt wel of hij over het water is gefietst in plaats van door de waterplassen en modder. Zo zuinig is hij op zijn mooie knalrode fiets. We begroeten elkaar, “Sanibonani, unjani, kuyahamba kahle, unjani, siyabonga.” “Goedemorgen, hoe gaat het? Het gaat goed, hoe gaat het met jou?” “Goed, dank u.”

Weekopening

Enkele dagen later ben ik op de betreffende basisschool en daar de weekopening bijgewoond. Dit vindt buiten op het terrein plaats tussen de klaslokalen. Er gaan bijna 1100 kinderen naar deze school die in 2014 gebouwd is. De directrice introduceerde mij als buurman van Nakekela. De kinderen worden toegesproken en doen allerlei bewegingen. Handen omhoog, naar voren, handen op het hoofd en weer omhoog, enz. Dit gaat zo gestructureerd dat het wel op een exercitie lijkt. Er is niemand die uit de pas is. Daarna mag ik de kinderen toespreken. Het lukt me ook nog. Ik vertel iets over het vrijwilligerswerk op Nakekela. Maar vooral hoe geweldig ik hen vind. Ik bedank ze voor hun vriendelijkheid en wens hen en hun leerkrachten een fijne, nieuwe week toe. Daarna wordt er gezongen, traditionele christelijke liederen met de bewegingen die daarbij horen. Prachtig klinkt het, zo massaal. Daarna wordt al even massaal het Onze Vader gebeden in het Zulu. Een indrukwekkend gebeuren! Kennelijk door mijn aanwezigheid duurde de weekopening iets langer dan gewoonlijk. Maar de onderwijzers waren van mijn komst op de hoogte, dat zal er wel aan hebben bijgedragen, denk ik dan maar.

Tegen de lezers vandaag zeg ik: “Khulu, Unkulunkulu akubusise!”

Tot ziens, God zegent u.

 

Lees ook deze artikelen eens:

2 REACTIES

  1. Hallo Wobbe en Doetsje.
    Prachtig om te lezen jullie blogs met bijzondere verhalen.

    Gods zegen voor het prachtige werkwat jullie daar doen.en veel succes.

    Lieve Groet
    Hedzer en Anneke

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Populaire artikelen

How Great Thou Art

One of us

De laatste dagen

Nieuwste reacties