dinsdag, september 21, 2021

6. ‘No hurry and a lot of curry’

Een gezegend 2017 gewenst! Dat we jullie in dit jaar maar weer mogen ontmoeten.

Sinds ons vorige blog hebben we veel gezien en gereisd. We zijn per trein van Dehra Dun naar Agra gereisd. Een treinreis biedt je naast het ontdekken van hoe het precies werkt, ook de armoede aan de rand van de stad of langs het spoor. Veel afval, slechte gebouwen of tentjes en heel wat volk die zich op en rondom de treinrails bewegen. De treinrails wordt gebruikt om een kaartje te leggen (ouderen) of cricket te spelen (jongeren). De rechtopstaande constructies worden gebruikt om een waslijntje aan op te hangen, of een zeil tussen te spannen. Als de trein bij een halte stopt proberen allerlei verkopers hun lekkernijen of dranken te slijten aan de passagiers. Het handige in India is dat je aan beide kanten kunt instappen. Tenminste, als je goed kunt klimmen. Want er is maar aan één kant een perron, maar niemand kijkt er raar van op als je even het spoor oploopt en aan de verkeerde kant instapt. De deuren gaan ook niet allemaal dicht tijdens de reis, dus als je op het trappetje gaat zitten heeft niemand er last van…

In Agra hebben we uiteraard de Taj Mahal bekeken en ook het Agra fort. En dat per fiets! Fraai ding die Taj Mahal. Prachtige architectuur en er heerst een boeiend verhaal om dit bouwwerk heen. Daarnaast is dit een uitermate goeie plek om een lesje symmetrie te geven, want niet alleen het gebouw, maar de hele tuin (in totaal 4km2) is volledig symmetrisch. U ziet waarschijnlijk dat de rechter minaret in de steigers staat. Dat wil zeggen dat er een constructie van bamboe omheen is gemaakt. Geen trappetjes en geen plateaus. Hier klimmen ze als berggeiten bovenop en staan daar zonder een spatje angst rustig te werken. Op blote voeten dat wel, dat zou wel voor de extra grip zijn. Dat lijkt ons ook wel zo verstandig. Het schijnt dat de minaretten zo’n 3-4 cm naar buiten zijn gebouwd. Mochten ze omvallen, dan in ieder geval niet op de tombe. Een nadeel aan ons bezoek was dat veel bezoekers niet alleen met de Taj Mahal op de foto wilden, maar ook met ons. Ik weet niet hoeveel mensen vroegen: ‘One selfie sir?’ Mannen, vrouwen, kinderen of met de hele familie. Elke keer hebben we het vriendelijk doch beslist weggewimpeld. We maakten gebruik van een offline audiotour en we hadden gehoopt dat de oordopjes hen wel de indruk zou geven dat we bezig waren. Tevergeefs. Om even bij dit onderwerp te blijven, we hebben in Bilaspur een dierentuin bezocht. Daar waren witte tijgers. Echter was de belangstelling voor de witte mensen die ervoor stonden veel groter. Het is één van de dingen waar we wel weer naar uitkijken. Dat je gewoon in Barneveld kan lopen zonder dat iedereen je aanstaart alsof je van Mars komt. Tegelijkertijd leert het ons ook wel weer dat we dat zelf ook niet moeten doen bij mensen die ‘anders’ zijn dan ons.

We hebben naast de Taj Mahal en Agra fort ook twee andere bijzondere plaatsen bezocht. Eén van deze plaatsen is een restaurant: Sheroes. Dit wordt gerund door vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van een zoutzuur aanval. De oorzaak van zoutzuur aanvallen zijn vaak geweigerde huwelijksaanzoeken of problemen binnen een huwelijk. De vrouwen hebben minder status zonder hun man en weglopen is daarom geen optie. Na verloop van tijd kunnen de irritaties van de man dus zo hoog oplopen dat een man zijn vrouw in de nacht verrast met een aanval met zoutzuur. De gevolgen hiervan zijn verschrikkelijk. Verminkte gezichten en blindheid, maar nog erger is de psychische schade als gevolg van sociale uitsluiting. Ondanks pogingen van de overheid om hier wat tegen te doen, lijkt het alleen maar toe te nemen. De overheid heeft in 2015 wel besloten om de behandelingen te vergoeden van deze (meestal) vrouwen. Bij binnenkomst worden we verwelkomt door een vrouw met een verminkt gezicht en een oogkapje. Ze wijst ons de tafel. We vragen naar de prijzen, want die staan niet op de menukaart. Hier is het concept betaal zoveel als je wilt. Als we net zijn begonnen aan onze maaltijd komt iemand vragen of we willen meewerken aan een documentaire. Dat willen we wel, en na onze maaltijd krijgen we een microfoontje opgespeld en zitten we voor we het in de gaten hebben voor de camera ons verhaal te doen. Over wat we van het restaurant vinden. Van de spanning raken we beiden verstrengeld in wat gebrekkig Engels. Tijdens de opname vraagt Hillene aan Jonathan: ‘Wat is ook al weer ‘verwachting’?’ ‘Expectation’. ‘Oja’. ‘Well, the expectation…’ gaat ze verder. Het lijkt ons sterk dat deze opname nuttig was voor hen. We krijgen een mailtje als de documentaire klaar is, dus we zullen het wel zien. Het idee van dit restaurant is wel prachtig en we hopen dat deze vrouwen op een goede plaats kunnen terugkomen in de maatschappij. In Nederland hebben we hier ook een documentaire over gezien, hierbij de link mocht u het interesseren.

http://www.npoplus.nl/play/facts_villerius/2016-10-19/KN_1685286/270942

Door één van de leraren van het PTS zijn we uitgenodigd om bij zijn moeder op bezoek te gaan in Agra. Zijn moeder woont in een leprakolonie, dat is ons tweede bijzondere bezoek in Agra. Zelf is hij als kind naar een kindertehuis van Red een Kind gebracht omdat hij elke dag op straat bedelde met zijn moeder. Deze leprakolonie bevindt zich op zo’n 400 meter van de Taj Mahal. Hij is dit weekend ook in Agra. Wij maken graag van van zijn uitnodiging gebruik om hem en zijn moeder te ontmoeten. Hij haalt ons op bij ons hostel. We lopen met hem over de hoofdweg naar de Taj Mahal. De weg is prachtig. Mooie bestrate wegen, paard en wagens die de bezoekers in een autovrije zone naar de Taj Mahal brengen en luxe winkeltjes. Als we op deze mooie weg een weggetje naar rechts inslaan, komen we bij de leprakolonie. Afgeschermd door muren treffen we dit bord aan dat aan de muur hoort te hangen. Het contrast is groot met één van de zeven wereldwonderen die we de volgende dag zullen bezoeken. Hier wordt opnieuw duidelijk dat India veel contrasten kent. We wandelen door het kleine dorpje en de docent legt aan de mensen uit het dorp uit dat we goed volk zijn. Gelet op de starende blikken, zijn ze hier geen blanke verschijning gewent. Bij de ingang van het dorpje staat een standbeeld van Ghandi (zie ook zijn afbeelding op het bord). Om de verwerping van de kastelozen en onaanraakbare af te keuren noemde hij hun ‘harijans’, wat ‘kinderen van God’ betekent. Hierdoor zie je in veel leprakolonies aan afbeelding van hem. De moeder van onze gids heeft geen handen en ze heeft halve voeten. Ze kan niet lopen en daarom staat haar gasstelletje op de grond en beweegt ze zich met haar stompjes voort over de betonnen vloer. Deze docent verteld dat hij blij is dat ze nu in ieder geval een betonnen huis heeft. Het is niet zo groot, maar het is beter dan leven onder een dekzeil – iets wat we overal in India veel tegenkomen. Boven de betonnen huisjes staan namen van hindoes die de huisjes hebben gesponsord. Ze moeten natuurlijk wel laten zien dat zij dit gedaan hebben, dat is goed voor hun karma en dat mag dan ook gedeeld worden. Als we de volgende dag besluiten om weer langs onze nieuwe bekende te gaan schrikken we als we langs het dorp lopen. Alle dorpsbewoners staan bij de poort te schreeuwen, er is onenigheid met een man. Hij wordt onder luid geroep het dorp uit gebonjourd. We proberen met wat mensen te praten, maar niemand spreekt Engels. We twijfelen of dit een verstandige tijd is om het dorpje te bezoeken, maar we doen het toch. We noemen de naam van de vrouw die we willen bezoeken. Er wordt een tolk geregeld en samen met de tolk lopen we naar het huisje waar we al eerder zijn geweest. Daar horen we dat het dorp vaker door verschillende mensen wordt lastig gevallen. Ze komen vaak in de nacht en beroven de vaak machteloze bewoners. Na een tijdje praten horen we dat onze tolk christen is! Ze heeft een klein poosje in een kindertehuis gewoond en is daar tot geloof gekomen. Ze is de enigste christen in haar dorp. Dit is al de zoveelste die we spreken die door een christelijk kindertehuis tot geloof is gekomen. De God van wezen en weduwen is hierin met zijn Geest veelvuldig aan het werk.

Van Agra nemen we de trein terug naar Delhi. In Delhi nemen we de metro naar het vliegveld, het hotel ligt daar vlakbij. Gelukkig zijn we per sms op de hoogte gebracht van onze gewijzigde vliegticket. De andere tickets waren voor ons onbekende redenen geannuleerd. Misschien vanwege de mist boven Delhi. Die zorgt hier regelmatig voor veel annuleringen, dus daarom vliegen we om 8:15 naar Raipur. We hebben een goede vlucht en op het vliegtuig staat pastor Harsih ons op te wachten. We worden hartelijk ontvangen en zetten koers naar Bilaspur dat zo’n 3,5 uur van Raipur ligt. Het is de hoofdstad van Chhattisgarh, één van de 27 staten van India. Bij de pastor en zijn familie blijven we voor zo’n tien dagen. De dag na aankomst vertrekken we met zijn vrouw naar Kanha Park. Na een reis van 5 uur komen we aan bij een resort, waar we heerlijk tot rust komen. Ons bungalowtje is van binnen prachtig en de apen slingeren letterlijk om ons huisje heen. We genieten van de natuur en de prachtige dieren die we de volgende dag zien. Wij hebben het geluk dat we een tijger zagen. Deze waren in de afgelopen 15 dagen niet in het park gespot!

Gedurende onze tijd in Bilaspur vieren we de feestdagen met deze familie. Jonathan kreeg de mogelijkheid om twee keer te preken in deze gemeente. Om 10 uur begon de kerkdienst. Geheel voorbereid stonden wij om 10.00 uur klaar om naar de kerk te gaan die zich bevindt op de dak van het huis. Maar om 10 uur moest Harsih zich nog aankleden, zat hij nog rustig aan zijn ontbijt en was er nog niemand in het kerkje. ‘No hurry’. Tegen 10.30 uur arriveerden de eersten mensen en begon de dienst langzaam aan de starten. Tegen 11.15 uur was iedereen gearriveerd. ‘No hurry, no hurry’. De volgende dag ligt er opeens de krant van Chhatissgarh op de deurmat met twee foto’s waar we beide op te zien zijn.

Maandag bezoeken we met de pastor twee van de 18 missionaire Indische dominees die actief zijn in afgelegen dorpen en stammen. Harsih en zijn gemeente ondersteunen deze pastors. Zij zijn als een soort moederkerk voor hun. ‘Reach the unreached’ is hun missie. Unreached zijn ze zeker! In een eenvoudige Daihatsu trotseren we heuvels, kuilen, rivieren en jungles. Ze hebben bijna niets om van rond te komen, maar ze zijn rijk in hun hart vertelt Harsih. En dat is wat wij zien als we aankomen in het eerste dorp. Harsih had nog zo tegen de pastor van het dorpje gezegd, doe geen gekke dingen. Elke dag is weer opnieuw een uitdaging voor hen om rond te komen en één dag niet werken kost hun erg veel. Dus laat ze maar werken, had hij gezegd. Het tegendeel is waar. We worden onthaald met muziek, gezang en gedanst. Al dansend en zingen verplaatsen we ons naar het kerkje van modder. Ze gaan op de grond zitten en wij krijgen een stoel aangewezen. Er worden bloemenkransen om onze nek gedaan en er wordt geaplaudiseerd. Bij het tweede dorp worden zelfs onze voeten gewassen.

Het ontroert ons en we laten het hele gebeuren over ons heen komen. Overweldigend hoe deze mensen vol van de Gods liefde zijn en met elkaar in dit land christen proberen te zijn. Allen zijn ex-hindoe en hebben door het lezen van uitgedeelde boekjes of een Jezus film het evangelie leren kennen. Jonathan mag wat zeggen en vertelt dat we in hun een stukje van Jezus zien en dat we Hem letterlijk oog in oog kunnen aanschouwen als hij terugkomt. De 1000 mensen die in deze stam wonen hebben geen elektriciteit. Water halen ze uit een diep gegraven put wat ons deed denken aan lang geleden: een emmer aan een touw.

Harsih vertelt dat de overheid in deze staat het niet toestaat om evangelisatie te bedrijven. Zolang een kerk zich niet bemoeit met anderen is er geen probleem, maar ze kunnen opgepakt worden als ze anderen willen bereiken. Inmiddels mag er niets meer aan activiteiten worden gedaan. Het staatsbestuur heeft zelfs een ‘back home’ project gestart en is een heel aantal christelijke dorpen afgegaan om iedereen terug te bekeren naar het hindoeïsme. We vragen hoe dit succesvol kan zijn. Hij zegt vertelt: ‘Bij velen is het evangelie niet naar het diepst van het hart gedaald. Er is vaak een wonder gebeurt in Jezus’ naam en dat heeft hen bekeert. Ze moeten alleen wel gaan begrijpen dat het niet alleen nemen is, maar ook geven en dat Jezus meer is dan een heler’. Dat hebben we vaker gehoord. Jezus staat vaak bekend als een heler, iemand die mensen kan genezen van pijn en demonen. We lezen op de website van Open Doors over de situatie in India. Harsih bevestigt onze gelezen verhalen. Kerkleden worden onderdrukt en hebben het moeilijk. Velen zijn eenzaam en worden buitengesloten. Op de website van Open Doors is het mogelijk om een brief te sturen naar deze buitengesloten christenen in India. Een aanrader!

Een aantal weken terug hebben we een zak met toffees gekocht. Die gaat overal mee naar toe. Indiërs houden van delen en wij doen hier graag aan mee. Onderweg naar de kerkpicknick besluiten we onze chocolade toffees uit te delen. Maar al gauw lag de vloer bezaaid met glanzende gouden papiertjes. Jonathan kijkt verbaasd. Dit kan toch niet? Iedereen doet er gewoon aan mee. Prompt begint hij de papiertjes op te rapen, we willen toch maar even laten zien hoe het hoort. Overdreven laten we zien dat wij ons afval in onze tas stoppen om thuis in de afvalbak te gooien. Jonathan probeert soms op voorzichtig wijze het gesprek hier over aan te gaan. De kerk zou toch voorop moeten lopen in de strijd tegen afval? Iets met milieu-ethiek? ‘What?’. ‘Nee, laat maar. Jullie hebben al genoeg andere dingen aan je hoofd’. Als we aankomen bij onze spot voor de kerkpicknick begrijpen we waar het gedrag vandaan komt. De hele spot ligt bezaaid met afval. We hadden ons verheugd op een heerlijke rustige en schone plek, maar die droom valt snel in duigen. Hillene pakt een bruikbare tak die dienst kan doen als bezem en begint samen met een zuster de boel weg te vegen. Een koe helpt ook met opruimen. Deze zag waarschijnlijk iets eetbaars op een kartonnen bordje zitten, maar hij nam niet de moeite om dat er van af te halen. Het logische gevolg is dus dat hij het voedsel met bordje en al moet opeten. Zo smult hij van het ene na het andere kartonnen bordje. Nadat alles ‘schoon’ is worden twee kleden neergelegd en kan en wordt er begonnen met de voorbereiding van het eten. Dit eten werd op dezelfde manier bereid als Panoromix zijn toverdrank bereidt. Een beetje van dit, en een beetje van dat, een beetje water van het meer erbij, 30 pepers erin, goed blijven roeren en klaar! Maar het resultaat mocht er zijn: ‘Lots of curry’.

De tijd in Bilaspur heeft ons een nieuw inzicht gegeven van de tekst die Harsih ook een paar keer aanhaalde:

‘Bedenk wel, ik zend jullie als schapen onder de wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.’ (Mat. 10,16).

In deze staat Chhattisgarh is geloven zeker niet zonder gevaren en komen ze dagelijks in een spagaat van gehoorzaam zijn aan de staat en de opdracht van Jezus om zijn goede nieuws te delen. Momenten als kerst zijn uitgelezen mogelijkheden om het evangelie wel te delen. Dan kan niemand wat doen en wordt evangelisatiewerk gedoogt. Daarna moet je weer je mond houden.

Daarnaast is het grote onrecht dat we in heel India zien niet altijd makkelijk om een plek te geven. De contrasten zijn groot en het hindoeïsme lijkt dit als godsdienst alleen maar meer aan te wakkeren door deze verschillen in stand te houden en zelfs goed te keuren. Ghandi zegt daarentegen: ‘De aarde biedt genoeg voor ieders behoeften, maar nier genoeg voor ieders hebzucht’. Vanmorgen lazen we een groot gedeelte uit Amos en hierin zien we Gods woede over onrecht. Het probleem kunnen we niet oplossen, we zullen moeten wachten totdat God alles zal herstellen. Maar tot die tijd kunnen we ons op welke manier dan ook ontfermen over hen die lijden onder het onrecht van deze wereld.

Jonathan Hoekstra
Wij zijn Jonathan en Hillene en we doen onderzoek in India voor de Theologische Universiteit Kampen.
Lees ook deze artikelen eens:

4 REACTIES

  1. Bijzondere verhalen! Zulke ervaringen verruimen je blik, op de wereld en op Gods werk. Veel zegen bij jullie zoektocht naar wat je moet gaan doen en waar je bestemming ligt. Hartelijke groet, Gerhard

  2. Jonathan en Hillene, dank dat we met jullie mee mogen reizen. Wat een indrukken, wat een verbondenheid ver weg met kinderen van God. Veel om te delen, te bidden en te danken !
    Af en toe denk ik, hoe zal het er ruiken. Van heerlijk tot…
    Elk land zijn eigen geur en kleur.
    We denken aan jullie in ons gebed. Wijsheid in alles gewenst met een saus van liefde
    Heleen van der Kooij

  3. Ben heel benieuwd naar de rest van jullie ervaringen. Mooi om zo op de hoogte te blijven. Wanneer reizen jullie terug naar NL?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Populaire artikelen

How Great Thou Art

One of us

De laatste dagen

Nieuwste reacties